Header Ads

Breaking News

GIS wordt standaard onderdeel van steeds meer organisaties


Van Winden is zeker iemand die ons goed bij kan praten, want hij is al zijn hele carrière actief in de GIS-wereld. Sterker nog, hij werkt al zijn hele carrière bij Esri. De manier waarop dat tot stand kwam, is best bijzonder. Hij is niet iemand die zich voor hij bij het bedrijf begon veel met kaarten bezighield, iets wat je wellicht wel zou verwachten. Als informaticus zag hij echter weinig uitdaging in de ‘traditionele’ informatica. Toen hij op een beurs tegen Esri aanliep zag hij daar kaarten uit printers rollen en was eigenlijk meteen gefascineerd. Hij vroeg of hij een afstudeeropdracht mocht doen en van het een kwam het andere, zoals dat zo mooi heet. Een jaar of 10 geleden is hij CTO Nederland geworden van het bedrijf.

Toen en nu

In zijn ruim 25 jaar bij Esri, dat al sinds 1969 bestaat, heeft Van Winden vanaf de eerste rij een belangrijke verschuiving kunnen waarnemen bij het bedrijf. “Het grootste verschil tussen toen en nu is dat GIS toen vooral voor professionals was die er echt voor opgeleid waren, nu zijn er veel meer mensen mee bezig,” vat hij het samen. In het verleden werd GIS alleen maar gebruikt door instanties die hun eigen data maakten, bijvoorbeeld gemeentes en Rijkswaterstaat. Denk hierbij aan data rondom percelen, wegen, waterwegen en ga zo maar door. Inmiddels is al die data er grotendeels en wordt deze vooral bijgehouden. Dat stelt andere partijen ook in staat om ermee aan de slag te gaan.

Jeroen van Winden CTO Esri Nederland Esri

Jeroen van Winden, CTO Esri Nederland

Naast een uitbreiding in doelgroep, is het aanbod van Esri uiteraard ook stevig gegroeid. “25 jaar geleden hadden we twee tools, nu is het een op webservices gebaseerd platform dat volledig geïntegreerd kan worden in organisaties,” geeft Van Winden aan hoeveel stappen er gezet zijn in die tijd. Uiteindelijk moet iedereen die dat wil, GIS kunnen toepassen in hun eigen vakgebied. Dat kan nu dus steeds beter gerealiseerd worden. Van Winden ziet dat in de praktijk ook duidelijk: “GIS is standaard onderdeel geworden van het informatiebeleid binnen organisaties,” waarbij de mate waarin dit het geval is uiteraard onderling verschilt naargelang formaat en specifieke markt waarin men opereert.” Deels om deze uitbreiding verder te kunnen faciliteren, heeft Esri een jaar of 10 geleden dan ook een de stap richting SaaS gezet.

Esri als GIS-platform

Van Winden vindt het niet bijster interessant om het over producten te hebben. “We hebben wel honderden producten, maar het gaat uiteindelijk om het platform.” Het platform brengt alles bij elkaar. GIS werkt namelijk volgens een gelaagd principe, waarbij iedere data-input die je gebruikt voor het maken van een kaart een laag is. Daarna leg je alle lagen over elkaar heen en kun je deze aan elkaar relateren. Dit gebeurt allemaal op basis van geografische locatie. Lagen zijn dus eigenlijk verwijzingen naar datasets in databases, waarin je dan weer onderdelen aan elkaar kunt relateren.

Het is het leggen van die relaties dat een platform zoals dit en de kaarten die eruit voortkomen zo krachtig maken. Je kunt hiermee de kaart als het ware als index gebruiken, waarin je binnen enkele kliks daar kunt komen waar je naartoe wilt. Denk hierbij aan het koppelen met een achterliggend ERP-systeem als je een supply chain in kaart wilt brengen, of naar specifieke documenten die bij bepaalde locaties horen. Je kunt een vergunningensysteem koppelen en meteen verwijzingen in een kaart opnemen naar vergunningen. Of een zaaksysteem bij een gemeente koppelen en de locatie van een kapotte lantaarnpaal plotten.

Als je een vergelijking wilt maken met andere platformen, dan moet je in ieder geval geen parallel trekken met Google Maps. Uiteraard krijgt Van Winden vaak de vraag of dat niet iets soortgelijks is, maar dat is het fundamenteel niet, stelt hij: “Maps is een mapping tool, terwijl GIS intelligentie toevoegt, waarbij er analyses gedaan kunnen worden en je het systeem allerlei dingen kunt vragen.” Om nog maar te zwijgen over het andere business- en verdienmodel van de twee partijen. De data van de klanten van Esri blijft altijd bij die klanten, om nog maar eens een groot verschil te benoemen. Als je dan toch een parallel moet trekken, dan is een BI-platform een betere vergelijking. Waarbij Van Winden overigens ook wel meteen duidelijk maakt dat hun platform toch nog wel wat meer kan en zaken nog eenvoudiger inzichtelijk kan maken dan met BI mogelijk is.

Openheid van groot belang

Esri is in de ‘klassieke GIS-markt’, zoals Van Winden organisaties noemt waarbij GIS in werkprocessen verankerd ligt, de grootste speler, met een marktaandeel van ruim 50 procent. Wellicht doet dit vermoeden dat dit mede het gevolg is van een zeer gesloten platform. Niets is echter minder waar, als we Van Winden eens beluisteren. “We willen als platform zo open mogelijk zijn en gaan volledig voor het principe van open data,” geeft hij aan. De reden hiervoor ligt voor de hand en is dezelfde als voor andere platformen: “Een platform moet open zijn, omdat platformen nooit op zichzelf staan in organisaties.” Vandaar dat het platform van Esri beschikt over open API’s voor integratie tussen platformen. (Zie het kader onderaan de pagina over Portmaps voor een goed voorbeeld hiervan.)

Openheid heeft ook altijd open source als connotatie. Hoe zit het daarmee bij Esri? “Er zitten open source componenten in het platform van Esri en het bedrijf draagt ook bij aan repositories zoals Github,” geeft Van Winden aan. Esri biedt de buitenkant van hun platform, zaken zoals connectoren, een sdk en hele applicaties bijvoorbeeld open source aan. Aan klanten worden ook de nodige open datalagen meegeleverd met de software (zie kader elders op de pagina).

Open zijn is een goede manier om interessant te zijn voor meer partijen, die wellicht eigen gebruiksdoelen hebben bedacht voor de implementatie van geografische data. Open source – en dan met name de partijen die open source implementeren – is echter ook de voornaamste concurrent. “Er zijn open source componenten die vergelijkbaar zijn met wat wij leveren,” zo geeft Van Winden toe. Deze zijn echter geen onderdeel van een geïntegreerd platform en dus beperkter in hun toepassing. Deze concurrentie ziet Esri overigens vooral bij hun klassieke markt, niet zozeer bij de nieuwe bedrijven die nog maar recent hebben ontdekt wat er zoal mogelijk is met geografische data. Op het eerste gezicht klinkt dit misschien wat gek, dat vooral de partijen waarbij GIS tot de kern van hun processen behoort, met open source aan de slag gaan. Als je bedenkt dat daar ook de mensen zitten die er voor doorgeleerd hebben, is het echter ook weer logisch. Dat zijn de mensen die het technisch snappen en er dus ook echt iets mee kunnen.

Agnostisch voor een hybride wereld

Met de introductie van het SaaS-aanbod zo’n 10 jaar geleden, heeft Esri zich zoals gesteld nadrukkelijk gericht op zowel nieuwe als bestaande markten. Aangezien het ook de klassieke markt voor GIS wil blijven bedienen, betekent dit dat Esri zich het leven niet per se gemakkelijker gemaakt heeft. SaaS is voor veel klassieke klanten namelijk niet iets wat ze kunnen overwegen. Overheidsorganisaties willen en mogen over het algemeen in het kader van bijvoorbeeld privacy (nog) niet de stap zetten naar een SaaS-omgeving. Mede om die reden wordt er bijna altijd voor hybride IT-infrastructuur gekozen in de meer klassieke GIS-markten. Van Winden schat dat zo’n 80 procent van de klanten van Esri een hybride IT-infrastructuur hebben.

Met bovenstaande in het achterhoofd, is men bij Esri derhalve genoodzaakt om aan de ene kant een duidelijke focus te leggen op het ontwikkelen van een (micro-)services-gebaseerd platform, maar aan de andere kant noodgedwongen ook nog allerlei oude technologieën te blijven ondersteunen. De klant bepaalt uiteindelijk waar hij het platform wil draaien. Op dit punt verkeert Esri in de gelukkige omstandigheid dat het niet beursgenoteerd is en er dus een groot budget voor bouw en onderhoud op na kan houden. Niet minder dan 30 procent van de omzet gaat daarheen. Dit alles om een up-to-date hybride model te kunnen blijven aanbieden.

Toekomst: nieuwe kaarten, integratie en sensoren

Als we tot slot van ons gesprek met Van Winden vragen wat er zoal nog in het vat zit voor de toekomst, dan is het meteen duidelijk dat de rek er nog lang niet uit is. Hij zou zo nog talloze voorbeelden kunnen noemen van wat er nog aankomt. De eerste die bij hem bovenkomt is de gang naar 3D-kaarten, die inmiddels is ingezet maar alleen maar zal versnellen naarmate er meer nuttige toepassingen voor komen. Een onderdeel hiervan is bijvoorbeeld een verdergaande integratie met datgene wat onder de grond zit en met weermodellen. Sensoren en de data die daar wordt gegenereerd zullen ook een steeds belangrijker rol gaan spelen. Verder zijn er altijd meer en diepere integraties mogelijk met andere omgevingen, om het eindresultaat nog beter te maken. Tot slot merkt Van Winden op dat het allemaal steeds sneller gaat. Zo wordt er tegenwoordig data gegenereerd over een stad met behulp van drones. Deze nieuwe ontwikkelingen hebben een belangrijke consequentie, volgens Van Winden: “De wens bij veel organisaties om te komen tot een digitale tweeling komt zo binnen ieders bereik.”

De data-explosie wordt dus alleen maar groter in de toekomst. Dat is immers het logische gevolg van het integreren van meer databronnen, de ontwikkeling van een nieuw type kaart en het nog sneller grote hoeveelheden data kunnen genereren. Voor GIS (en Esri) is dat alleen maar een goede zaak, want meer data betekent meer relevantie, aangezien al die data toch op de een of andere manier goed moet worden verwerkt en zinvol moet worden gepresenteerd. En laat dat nu net zijn waar het bij GIS onder andere om gaat.

Copyright © 2020 IDG Communications, Inc.

Source Link

No comments